Wie of wat bepaalt eigenlijk de prijs van je ei?
Af en toe komt de eierprijs even in de aandacht. Vaak als die historisch hoog gaat, of net opvallend daalt. Maar, wie of wat bepaalt die prijs precies? En hoe komt dat? Het antwoord is te vinden in het gemeentehuis van Kruisem, op dinsdagmorgen.
Negen mensen gaan daar welke week rond de tafel zitten. Dat doen ze al sinds 1954. Het Ministerie van Landbouw had toen, in het kader van de pas opgestelde Benelux-handelsakkoorden, een betrouwbare wekelijkse eierprijs nodig. Op dat ogenblik was Kruishoutem, een deelgemeente van Kruisem, veruit de grootste eiermarkt van het land. Wekelijks verkochten honderden pluimveehouders er meer dan een miljoen eieren aan tientallen (groot)handelaars uit heel België. Goed voor het dubbel van alle andere markten samen. Het was logisch dat die samenkomst van de sector het ideale decor vormde voor ‘de eiercommissie’.
De eiercommissie?
De Belgische eierprijzencommissie, zoals het orgaan formeel heet, telt acht leden. Vier vertegenwoordigers van de eierproducenten en vier vertegenwoordigers van de handel en verwerking, met een neutrale voorzitter die het overleg in goede banen leidt. De vergaderingen duren doorgaans minder dan 5 minuten en in die tijd worden alle prijzen in tientallen eiercategorieën volgens gewicht, kleur en uitloop afgeklopt. Veel discussies komen daar dus niet aan te pas, al herinnert elke aanwezige zich ook nog de 15 uur durende uitputtingsslag uit 2017, in volle fipronilcrisis.
Belangrijk evenwicht nodig
Wat stuurt de bewegingen van de eierprijs? Zeer eenvoudig: de logica van vraag en aanbod. Veel aanbod doet de prijs dalen, schaarste zorgt voor een prijsstijging. En die schaarste is tegenwoordig eigenlijk structureel: de Belgische leghennenstapel is kleiner dan wat de sector als gezond beschouwt voor een lokale, zelfvoorzienende markt. De eierenconsumptie stijgt bovendien al jaren, wat logisch is voor een betaalbare, natuurlijk bron van eiwitten. Het is een situatie die weinig nodig heeft om nog meer schaarste te creëren. Elke internationale crisis, elke vogelgriepuitbraak, elke verstoorde aanvoerlijn … verhoogt de druk op de lokale, Belgische markt nog eens extra.
Transparantie troef
De prijsnotering van Kruisem is een referentie voor het grootste deel van de Belgische eiersector. Ook pakstations zoals 't Munckenei volgen de wekelijkse notering als uitgangspunt om hun leveranciers, de lokale pluimveehouders, te betalen.
Weinig sectoren zijn daarmee zo transparant als de eiersector. Weinig sectoren houden ook al meer dan zeventig jaar vast aan een systeem dat gebaseerd is op vertrouwen, en waarop de integrale verdere keten bouwt.